Het raadhuis van Usquert: een laat meesterwerk van
Berlage
Het beroep van architect
was niet Berlages eerste keus. Toen hij in 1874 zijn HBS afrondde, ging hij
studeren aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam. Maar verder
dan het maken van niet onverdienstelijke schilderijtjes kwam hij niet. Vandaar
dat hij een jaar later naar Zürich vertrok om bouwkunde te studeren aan de
prestigieuze Eidgenössiche Polytechnische Schule. Deze opleiding was
doortrokken van de geest van de beroemde architect en theoreticus Gottfried
Semper. Diens geschriften over de samenhang tussen architectuur en
kunstnijverheid waren van grote invloed op Berlage.
Ter afronding van zijn
vorming als architect maakte Berlage enige studiereizen naar Duitsland en
Italië. De indrukken die hij daar opdeed, werden in zijn latere werk zichtbaar.
Een voorbeeld hiervan is de slanke toren van Usquert die herinnert aan een
Italiaans palazzo pubblico
(stadhuis). Toen Berlage in 1881 bij de Amsterdamse architect Th. Sanders zijn
carrière aanving, was de heersende ontwerpstijl de Hollandse renaissance. Deze
stijl vormde de opmaat tot een nieuwe richting in de bouwkunst en vormgeving
die rond 1900 resulteerde in de Nieuwe Kunst. Aan het ontstaan hiervan heeft
Berlage in belangrijke mate bijgedragen.
Het raadhuis van Usquert
behoort, net als het Gemeentemuseum Den Haag, tot de late werken van Berlage.
In beide gebouwen zien we zijn fascinatie voor de Amerikaanse architect Frank
Lloyd Wright. Berlage maakte kennis met diens werk toen hij in de winter van
1911 een rondreis door de Verenigde Staten maakte. Het raadhuis is een spel van
horizontale en verticale lijnen met als sterk verticaal accent de hoog
oprijzende toren. Net als bij zijn woonhuisarchitectuur heeft Berlage gekozen
voor een plattegrond met een centrale hal waaromheen hij de verschillende
vertrekken heeft gesitueerd. Hoewel het gebouw qua omvang niet meer is dan een
uitvergrootte villa, gesitueerd aan een weg waaraan imposante herenboerderijen
en villa’s liggen, is het raadhuis in alle opzichten een fraai voorbeeld van
een ‘Huis der Gemeente’.
© auteur Titus M. Eliëns
